Is natuurlijke voeding wel zo gezond? Kritische kanttekeningen bij een wijdverbreide opvatting
Natuurlijke voeding is het allergezondst, zo wordt
veelvuldig gesteld. Maar is die opvatting ook werkelijk juist? Bioloog en
veganist Arjen Hoekstra vindt dat er op z'n minst een aantal kritische
kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden.
Door Arjen Hoekstra
Binnen de natuurvoedingsbeweging gaat men er van uit dat een zo natuurlijk
mogelijke voeding het gezondst is. Een belangrijke stroming binnen die beweging
verstaat onder een natuurlijke voeding: een voeding zoals de mens die van
oorsprong at en die (daarom) past bij zijn fysiologie en anatomie. Binnen deze
visie kan een veganistische voeding als een natuurlijke voeding worden
beschouwd. Consequent toegepast, eet men bovendien alleen maar rauwkost (het
verhitten van voedsel is immers onnatuurlijk) of zelfs alleen maar fruit
(gecultiveerde groente is onnatuurlijk). Dit is een aantrekkelijk verhaal:
lekker gezond fruit, nostalgisch, 'terug naar de natuur' en nog veganistisch
ook. Maar is 'de waarheid' zo simpel? Zijn er geen kanttekeningen te plaatsen
bij deze theorie? Ja, tenminste twee: in de eerste plaats is het maar de vraag
of de natuur altijd het beste met ons voor heeft. Heeft de natuur dat namelijk
niet, dan is het maar de vraag of een natuurlijke voeding wel noodzakelijkerwijs
een gezonde voeding is. In de tweede plaats heeft de mens gedurende de
laatste duizenden jaren zijn omgeving gigantisch gemanipuleerd, waardoor er voor
de overleving van de mens nu heel andere eigenschappen van belang zijn dan
vroeger. Dit kan ook betrekking hebben op de fysiologie en anatomie van de
mens. We gaan hier iets verder in op deze twee punten.
HEEFT DE NATUUR HET BESTE MET ONS
VOOR?
Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het eerst
nodig iets te vertellen over natuurlijke selectie.(1) Dit kan mooi aan de hand
van een citaat uit Natuurleven Magazine, waarin de hierboven beschreven visie op
natuurvoeding sterk wordt gepropageerd. In het nummer 116 (maart 1993) staat in
een artikel over natuurlijke toxinen, waaruit ook de romantisering van de natuur
blijkt: "Omdat men te eenzijdig denkt vergeet men dat in de natuur alles
zinvol is, dat geldt ook voor giftige stoffen; ze zorgen voor een zekere
bescherming van de planten tegen zijn natuurlijke vijanden. Is deze functie
voltooid, dan verdwijnen deze stoffen of nemen ze een heel ander karakter
aan." Hier wordt een beeld van de natuur geschetst dat volgens
wetenschappelijke inzichten foutief is. Want de veronderstelling dat alles in de
natuur zinvol is, is niet juist. Dat heeft te maken met hoe de natuurlijke
selectie van eigenschappen en soorten gaat.
EIGENSCHAPPEN NIET ALTIJD
ZINVOL
Natuurlijke selectie op een eigenschap, kan alleen
plaatsvinden als die eigenschap genetisch is vastgelegd. Tevens moet er sprake
zijn van een verbetering van het reproduktiesucces (fitness) van de eigenaar van
de eigenschap ten opzichte van individuen die deze eigenschap niet bezitten.
Deze eigenschap geeft dan een selectief voordeel en als aldus de fitness groter
is, dan wordt de genetisch vastgelegde eigenschap meer verspreid. Verder komt
genetische correlatie (pleiotropy, gene linkage) tussen eigenschappen vaak voor.
Dat betekent dat meerdere eigenschappen genetisch gekoppeld kunnen zijn, op
dezelfde genen vastgelegd. Hierdoor kan een eigenschap die selectief neutraal
is, dus niet extra zinvol is, zich wèl ontwikkelen, omdat deze eigenschap
gekoppeld is aan een eigenschap die wel een selectief voordeel heeft.
AFHANKELIJK VAN
OMSTANDIGHEDEN
Volgens recente theorieën berust evolutie
grotendeels op toeval: welke eigenschappen zich kunnen handhaven hangt sterk af
van de omstandigheden waarin het individu zich bevindt. Gould(2) stelt in zijn
boek zelfs het selectief voordeel van de ontwikkeling van de menselijke
intelligentie ter discussie. Volgens hem is dit een eigenschap die zelf ook niet
onderhevig was (en is) aan selectie, maar is het een soort bijprodukt van
selectie op een andere eigenschap, bijvoorbeeld ons vermogen tot communiceren
met behulp van spraak. Het is namelijk maar de vraag of een zo ver doorgevoerde
intelligentie wel een verbetering van het reproduktiesucces oplevert ten
opzichte van mensen die wat minder intelligent zijn of waren. Nadelen van een
grote intelligentie zijn wel duidelijk, bijvoorbeeld de mogelijkheid tot
verveling en problemen bij de bevalling in verband met het grote hoofd.
GIFTIGE STOFFEN MOGELIJK
BIJPRODUKT
De visie uit Natuurleven Magazine is dat
giftige stoffen een bescherming geven of anders verdwijnen. Het is
waarschijnlijk juist dat giftige stoffen in planten vaak zijn ontstaan als
gevolg van bescherming tegen vraat, aangezien de reproduktie van die planten zal
verbeteren ten opzichte van planten die deze stoffen niet maken (als de stoffen
althans effectief zijn). Het is echter net zo goed voorstelbaar dat de giftige
stoffen als bijprodukt ontstaan bij selectie op een andere eigenschap. De
veronderstelling dat de eigenschap weer verdwijnt als ze geen functie meer
heeft, is in elk geval niet juist: de eigenschap verdwijnt alleen maar als
planten die de eigenschap bezitten een lager reproduktiesucces hebben dan
planten die de eigenschap niet bezitten. Het lijkt niet waarschijnlijk dat dit
het geval is voor planten die giftige stoffen produceren. Conclusie: het is dus
heel goed mogelijk dat planten giftige stoffen bezitten die nu geen functie meer
hebben.
LANG LEVEN MISSCHIEN NIET 'MEEST
GEZOND'
Na deze uitleg over natuurlijke selectie terug
naar de vraag waar het hier eigenlijk om gaat, namelijk of de natuur wel het
beste met ons voor heeft. Onder een gezonde voeding wordt doorgaans verstaan:
een voeding die tot gevolg heeft dat het betreffende organisme een lang leven
beschoren is. Het is echter maar de vraag of de natuur wel selecteert op een
lange levensduur. Het is heel goed voorstelbaar dat selectie op eigenschappen
die het aantal nakomelingen vergroot, veel sterker is dan selectie op een lange
levensduur. Dit zou onder andere een verklaring kunnen zijn voor het optreden
van sexuele dimorfie (uiterlijke verschillen tussen mannen en vrouwen). Bij
een aantal diersoorten zijn enkele eigenschappen heel duidelijk alleen maar
bestemd voor het verhogen van het reproduktiesucces, zoals bijvoorbeeld het
gewei bij mannelijke edelherten. Verder is het gewei alleen maar nadelig door de
hoge energieuitgave van het dragen (het continu meezeulen van een gewicht van
soms wel 10 kilo) en de jaarlijkse aanmaak van het gewei. Het is zelfs mogelijk
dat een hoge sexuele activiteit ten koste gaat van de levensduur. Dit laatste
geldt volgens Kulvinskas(3) ook voor mensen: hij betoogt dat sexuele activiteit
gepaard gaat met een versnelde degeneratie van het lichaam!
NATUURLIJK NIET PER DEFINITIE
GEZOND
Het hoeft dus niet zo te zijn dat de meest
natuurlijke levens- en voedingswijze ook per definitie de meest gezonde is. Als
hét voorbeeld voor een natuurlijke leefwijze wordt vaak de leefwijze van
natuurvolkeren beschouwd. Deze mensen zitten echter bijna altijd vol parasieten
en vaak worden ze niet ouder dan een jaar of vijftig (ook als ze niet in
aanraking zijn geweest met ziekten van andere volkeren). Nu kun je niet beweren
dat deze volkeren altijd zo optimaal gezond leven, maar ze leven in elk geval
natuurlijker dan de westerse mens.
B12 IS PROBLEEM VAN ONNATUURLIJK
LEVEN
Ook onze ver doorgevoerde hygiëne is absoluut niet
natuurlijk. Hiermee komen we dan bij het probleem van vitamine B12 aan. Zouden
wij namelijk natuurlijker, en dus wat onhygiënischer leven, dan zouden we
waarschijnlijk geen enkel probleem hebben. De behoefte aan B12 zou door de
inname van geringe hoeveelheden mest worden gedekt. Daarbij komt nog dat veel
planteneters die geen herkauwer zijn, hun eigen (ochtend-)uitwerpselen opeten voorbeelden
hiervan zijn de bever en gorilla. (Een konijn wordt als uitzondering wel tot de herkauwers
gerekend, het dier is namelijk niet in staat om zijn voedsel in één keer te verteren).
Het is dus waarschijnlijk heel natuurlijk als de mens dat ook zouden doen. Als mensen niet op
deze manier natuurlijk willen leven, zouden ze ook geen bezwaar moeten hebben
tegen het onnatuurlijke van het met een supplement innemen van (veganistische) vitamine
B12.
HOE VERANDERLIJK IS HET MENSELIJK
LICHAAM?
In de inleiding werd al een tweede kanttekening
gemaakt bij de stelling dat een natuurlijke voeding de meest gezonde is.
Namelijk dat er voor de overleving van de mens nu heel andere eigenschappen van
belang zijn dan vroeger. Bijvoorbeeld op het gebied van de fysiologie
(stofwisseling) en de anatomie (lichaamsbouw). De anatomie van ons lichaam
duidt op een fruitarische oorsprong. Onder andere ons gebit, de bouw van ons
maagdarmstelsel en onze handen, de enzymafscheiding van de speekselklieren en
onze manier van voortbewegen wijzen in die richting. Er is maar heel weinig
bekend over de aanpassingssnelheid van de anatomie en fysiologie aan onze
eetgewoontes.
GORILLA RUILDE FRUITDIEET VOOR
BLADDIEET
In Natuurleven Magazine nummer 98 (december
1990) staat echter een artikel over fruit als basisvoedsel, waarin wèl de
suggestie wordt gewekt dat onze anatomie en fysiologie zeer constant zijn.
Hieruit komt het volgende citaat: "Ook de gorilla heeft zijn oorspronkelijke
biotoop verlaten en is naar de hoogvlakte getrokken waar hij zijn fruitdieet
geruild heeft voor een bladdieet. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat een
gorilla in gevangenschap heel gemakkelijk overschakelt op een fruitdieet, zijn
oorspronkelijke voeding. Verder heeft men kunnen vaststellen dat, ondanks de
vele miljoenen jaren, de gorilla er nog steeds niet in geslaagd is zijn
spijsverteringsstelsel aan een bladdieet aan te passen. De vertering is nog
steeds slecht... Als we zien dat de gorilla er nog altijd niet in geslaagd is om
zich aan een bladdieet aan te passen, hoe kan de mens dan in de honderdduizend
jaar dat hij granen gebruikt en op de tienduizend jaar dat hij zich er dagelijks
mee voedt aanpassen?"
NOODZAAK TOT VERANDEREN NIET
AANWEZIG?
Hoewel deze theorie op zich juist kan zijn, is
het noodzakelijk een paar kritische kanttekeningen te plaatsen. Het feit dat
gorilla's hun spijsverteringsstelsel nog niet hebben aangepast aan hun
veranderde dieet, zou ook kunnen worden verklaard doordat de noodzaak daartoe
niet aanwezig is. Immers: zou een bladdieet voor een gorilla werkelijk minder
geschikt zijn dan een fruitdieet, dan zou er spoedig een selectief voordeel
ontstaan voor gorilla's die wel in staat zijn hun verteringsstelsel aan te
passen, Deze gorilla's zouden dan namelijk gezonder zijn en dus een groter
reproduktiesucces (fitness) kunnen hebben. Het achterwege blijven van
veranderingen in het verteringsstelsel kan dus ook worden verklaard door er van
uit te gaan dat er géén verschil is in fitness tussen gorilla's op een bladdieet
en op een fruitdieet. Dat het bladdieet slecht wordt verteerd hoeft geen
gevolgen te hebben voor de fitness: dieren zijn vaak in staat de
doorvoersnelheid van hun dieet te verhogen, waardoor ze meer voedsel nodig
hebben, maar kunnen volstaan met voedsel van geringere kwaliteit. Het
voorbeeld van de gorilla is vooralsnog dus niet overtuigend genoeg om aan te
tonen dat de anatomie en fysiologie van ons lichaam onder alle omstandigheden
zeer constant zullen blijven.
MOGELIJK WEL AANGEPAST AAN ETEN VAN
VLEES?
Op het gevaar af hier de advocaat van de duivel te
spelen: men kan zich ook situaties voorstellen waarin een verandering van ons
verteringsstelsel wel goed denkbaar is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat mensen
nu al zo lang gewend zijn aan het eten van vlees, dat er allerlei fysiologische
aanpassingen plaatsgevonden kunnen hebben, die een plantaardig dieet minder
geschikt maken. Zo lijkt voor een plantaardige voeding een lang
verteringsstelsel gunstiger dan een kort verteringsstelsel. Als mensen vele
honderden jaren gewend zijn geweest vlees te eten zou er een selectief nadeel
kunnen ontstaan voor mensen die een 'lang' verteringsstelsel hebben,
bijvoorbeeld in de vorm van darmklachten. Met andere woorden: we kunnen ons
afvragen in hoeverre een zuiver plantaardig dieet nu nog wel 'natuurlijk' voor
ons is. En hetzelfde probleem is voorstelbaar rond het eten van rauw voedsel: in
hoeverre is onze verteringsfysiologie nog goed aangepast om dat te kunnen
verwerken? Algemeen komt de vraag er op neer: hoe snel past de fysiologie zich,
evolutionair gezien, aan aan onze voedingsgewoonten? Kortom: de stelling dat
een natuurlijke voeding de meest gezonde is, is voorlopig niet bewezen en de
gronden waarop de stelling wordt gebaseerd, zijn aanvechtbaar.
Ik hoop hiermee enige duidelijkheid geschapen te hebben in wat de meest
recente wetenschappelijke inzichten zijn in de wijze waarop de natuur werkt. De
geïnteresseerde lezer zou voor de wetenschappelijke en 'alternatieve' visie de
volgende boeken kunnen gebruiken:
(1) CluttonBrock, T.H. 1988. Introduction. In Reproductive
success ed. CluttonBrock, T.H. pp. 16. Chicago: University Press.
(wetenschappelijk) (2) Gould, S.J. 1991. Wonderlijk leven, over toeval en
evolutie. Amsterdam: Uitgeverij Contact. (populair wetenschappelijk) (3)
Kulvinskas, V. 1975. Survival into the 21st century. Wethersfield, Conn.:
Omangod Press. (alternatief: New Age)
Als auteur van bijgaande artikel wil ik nog even een korte opmerking plaatsen
over mijn eigen visie op voeding. Ik beschouw mij nu sinds een half jaar als
veganist, maar ik probeer nu langzamerhand mijn voeding aan te passen: meer
rauwkost, kiemen en fruit en minder noten en granen. Ik streef op de lange
termijn naar een fruitarische voeding. Misschien klinkt dit wat tegenstrijdig na
het bovenstaande verhaal met kanttekeningen over een natuurlijke voeding, maar
met dit verhaal wil ik alleen maar aangeven dat een natuurlijke voeding niet
noodzakelijkerwijs een gezonde voeding hoeft te zijn. Ik heb in dit artikel
gestreefd naar een zo objectief mogelijke weergave van de bezwaren tegen een
natuurlijke voeding. Ik vind echter zelf dat een natuurlijke voeding wel de
meeste kans heeft om ook een gezonde voeding te zijn. Vooral een fruitvoeding
lijkt mij gezond (en optimaal ecologisch verantwoord!), aangezien fruit speciaal
door de plant wordt gemaakt om te worden gegeten.